Besturende echtgenoot moet TBS aangeven!
X (belanghebbende) is in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Hij
en zijn echtgenote hebben ieder een vordering in rekening-courant op de BV
waarvan X’ echtgenote enig aandeelhouder is.
De inspecteur stelt dat de inkomsten uit de vordering aan ieder voor de
helft toegerekend dienen te worden. X stelt dat de rente op de vordering
wordt genoten door degene die het bestuur over deze vordering heeft.
Rechtbank Haarlem stelt X in het gelijk.
De staatssecretaris heeft cassatie (sprongcassatie) ingesteld. Aan de
orde is de vraag aan wie bij in algehele gemeenschap van goederen gehuwden
het inkomen uit een vordering die onder de terbeschikkingstellingsregeling
van art. 3.92, eerste lid, onderdeel a, Wet IB 2001 valt, moet worden
toegerekend.
Advocaat-Generaal (A-G) Niessen concludeert dat de toerekening van de
rente betreffende de vordering op de BV moet geschieden aan diegene die de
bestuursbevoegdheid over de vordering heeft. In deze zaak stond vast dat
uitsluitend X het bestuur over de vordering op had en dat hij de rente
heeft ontvangen. Het resultaat van het rendabel maken van zijn vordering
op de BV dient dan ook aan X te worden toegerekend.
De Hoge Raad volgt de opvatting van A-G Niessen. Niet de gerechtigdheid
tot de huwelijksgemeenschap maar de bestuursbevoegdheid is bepalend voor
de toerekening van het resultaat uit de terbeschikkingstelling. Het staat
vast dat X bestuursbevoegd is met betrekking tot de vordering. De rente
moet aan X worden toegerekend. Het cassatieberoep is ongegrond.
Bron: Hoge Raad, 15 januari 2010, nr. 07/13025 In feite kunt u
(tot de wet wijzigt, en dat zal zeker gebeuren) op dit moment kiezen: U
kunt het besluit van de staatsecretaris volgen en beide de helft aangeven
of u beroepen op deze uitspraak van de Hoge Raad. Wat maar het meeste
voordeel oplevert!
|